Aura Bouw


Startende Maker 2021 

Name: Aura Bouw
Year of Birth: 1996
Place of Birth: Netherlands

Aura composes from a narrative core that connects the audience to the art. Her musical identity ranges from classical instrumentation to electronic ambient scapes and their meeting point. Starting with story and imagery, her interdisciplinary work method adds to her artistic expression and strengthens her unique musical language.

Before she completed her bachelor of classical composition at the Academy of Music and Performing Arts she was an electric guitarist. During her studies she developed an interest in electronic sound production and combined with her love for storytelling, her genre defying music expresses a distinct visuality. Recently she created two interdisciplinary shows called Actias Luna (2018) and Ubuntu (2019). Currently she is composing for the Body Of Art series of Annemijn Rijk and creating an interactive opera titled No Evil.

Dutch only ︎︎︎


Introductie 

Als componist ben ik erg geïnteresseerd in de vrijheid van de muziek omdat deze soms beperkt lijkt in het vak. Wanneer we met tot articulatie toe uitgeschreven partituren een poging doen om de muziek te vangen en gelijkwaardig te reproduceren, voelt de muziekliefhebber in mij (anders dan de componist) een gemis van vrijheid - een vrijheid die mij als luisteraar erg raakt bij concerten op basis van improvisatie. Nadat ik gesproken had met musici die zich profileren op gebied van improvisatie en het gevoelsmatig ingaan op vluchtige energie van het moment, is mij duidelijk geworden dat een componist die inspirerend werkt en geleidend is een enorme aanwinst kan zijn. Zo werd bijvoorbeeld gezegd: “Magie ontstaat niet uit het niets”.

Wat ik zou willen ontwikkelen is de verbinding tussen vrije geïmproviseerde klankbeelden en een gecomponeerde basis. Waar ik naartoe zou werken is het vinden van een inspirerende balans die gebruik maakt van zowel de energie in het moment als de door de componist voorbedacht (klank)verhalen. Deze verbinding zou ik willen aantonen in mijn eindwerk.

Mijn grote ambitie is om voorstellingen te maken waarin uit wordt gegaan van het moment, de locatie en de mensen - kunst waarin verbinding centraal staat. In een tijd waarin de vrijheid van de muziek beperkt wordt door streng ingekaderde composities of gevierd wordt door improvisaties, denk ik dat de rol als componist en de mogelijkheden daarbinnen een interessant discussiepunt is.

Experiment 1. Frimangron
Frimangron is een groep van 4 muzikanten die erg op elkaar ingespeeld zijn. Ze werken het liefst met zo min mogelijk informatie voorafgaand aan het concert. Dit was een mooie kans om te testen hoeveel ik als componist los kan laten. Startend vanuit volledige vrijheid, hoe kan ik als componis nog waardevolle sturing geven?

Natuurlijk heb je de muziek-technische beperkingen, en dus ook verrijkingen. Met welk materiaal moeten de muzikanten werken? Denk hierbij aan het geven van een klankidee via soundscape, het kiezen van een ritme, melodie, of motief die de muzikanten moeten adapteren en/of transformeren, maar ook bijvoorbeeld aan het beperken van het muzikaal materiaal wat uiteindelijk verrijkend kan werken. Muzikanten limiteren kan ze dwingen om creatief te blijven en voorkomt dat ze terug schieten in wat ze kennen. Een voorbeeld hiervan is dat je de muzikanten vraagt alleen te werken met een bepaalde set noten uit het octaaf. Zij mogen met deze noten alles creëeren, maar zij mogen geen uitstapjes maken buiten deze selectie.

Ik ben van mening dat, meer dan op muziek-technische vlak, alles overkoepelend een verhaal het meeste invloed heeft. Het bepaald de energie, de auditieve keuzes die de muzikanten maken en de spanningsboog. Ik wil als componist een nieuw soort partituur omarmen. Eentje waarin het verhaal duidelijk zou worden voor de muzikanten.

Als verhaal koos ik een moment die ik beleefde met mijn tweelingbroer. Wij gingen op roadtrip met onze motoren. Ik een caferacer uit 1984 en hij een chopper uit 1992. We hadden een tentje en slaapzakken op de motoren gebonden en een kleine rugzak met de essentials. We hadden geen planning of bestemming, we keken elke dag waar de zon zou schijnen en reden daarheen. Op het moment dat we terug naar huis moesten, plande we vanuit waar we beland waren in Frankrijk om terug te rijden via de snelste route. Dit was de eerste geplande route van onze vakantie en het bleek al snel dat dit een enorme invloed had op de reis. Wij reden met hoge snelheid door de bossen en schoten na een tijdje plots de bossen uit. Voor ons zagen wij een oneindige horizon aan graanvelden, met aan het uiteinde van het langweggetje waar we op reden de meest duistere wolken en een enkele bliksemschicht. We reden recht op een storm af, maar dit was de geplande route, dus we gingen door. Eenmaal in de storm beland, regende het zo hard, dat we door onze zonnebrillen en open helmen amper konen zien waar we heen reden. We besloten te schuilen in een hotel die we in de verte hadden gezien. Toen het was overgewaaid gingen we door naar huis en je kan je vast voorstellen dat het moment van thuiskomen een heel fijn gevoel gaf.


Het verhaal zit in fases in deze tekening. Er zijn woorden toegevoegd om op muzikale intentie te sturen. De bovenste rij woorden (op uitzondering van ‘catharsis’) komen uit Spectromorphology: explaining sound-shapes door Dennis Smalley. In Smalley’s onderzoek legde hij uit dat traditionele muzieknotatie de wereld van elektronische muziek niet kan vangen. Hij bedacht daarom een systeem waarin woorden aanzetten, voortzettingen en afwikkelingen aanduiden op metaforische wijze. Ik vond deze woorden heel interessant omdat ze zowel muzikaal als verhalend veel betekenis dragen en vrij interpreteerbaar zijn. Onder deze rij heb ik ook nog woorden gekozen die voor mij delen in het verhaal suggereren. In de tekening zelf heb ik nog ‘voice’ en ‘shaker’ geplaatst. Dit is wat ik op die momenten muzikaal vond passen, maar ook voor de groep een moment kan zijn waarop iedereen kan herkennen waar we zijn in het verhaal.

Naast deze tekening en het improviseren op piano, heb ik een set klanken en sound-loops gecreëerd die ik tijdens het concert in kan zetten om sturing en invulling te geven wanneer daar ruimte voor is. Deze geluiden konden een drone zijn die mogelijke toonsoorten suggereerde, maar ook bijvoorbeeld een opname van regen op een dak om het verhaal te ondersteunen en tijdsverloop aan te duiden. Dit waren overigens geluiden die ik de groep niet had laten horen voor het concert, zodat ik zoveel mogelijk in tact kon houden dat het ze op het moment zelf zou inspireren.

Wat mij tijdens het concert in Paradox opviel, was dat onze interpretaties van hoe een bepaald moment in het verhaal moest klinken verwachtingen creëerde en daardoor dus ook verwarring kon veroorzaken. Bij het bos-deel van het verhaal hadden sommige muzikanten zich ingesteld op een high tempo, intense klankmuur die daarna open zou trekken, en anderen op een donker melancholisch bos waar we steeds dieper in gingen. Beide interpretaties zijn ‘juist’, alleen zorgde dit wel voor verwarring over wanneer we weer uit het bos waren. Op het moment dat de shaker ingezet werd wisten we allemaal pas weer precies waar we waren - de storm. Er waren momente waarop we duidelijk zoekende waren en momenten waarop we speelde alsof we een compositie ruimschoots ingestudeerd hadden. Elke tafel van het publiek had een kopie van de tekening gekregen zodat ze het verhaal mee konden proberen te volgen als ze wilde.

Wat ik merkte tijdens dit concert was dat lichte sturing de groep hielp om uniek materiaal te creëren tijdens het concert. De enorme vrijheid gaf echter ook ruimte om live zoekende te zijn, wat een heel bijzondere ervaring is wanneer het publiek in deze reis mee wordt genomen, maar voor een groter publiek in een minder intieme setting misschien minder wenselijk is.

Experiment 2, Presentatie 1. Emiel Scholsberg

Voorgaande conclusie maakte dat ik de nood voelde om te kijken wat er zou gebeuren als ik iets meer structuur toe zou passen, zonder de identiteit van de muzikant te beperken. Emiel en ik hebben in zijn studio al improviserend een track opgenomen nadat we geïnspireerd waren door Huun-Huur-Tu en hun traditionele keelzang. De track bestond uit zang van Emiel en mij en body-percussion. Wij wilde iets creëren wat geaard zou voelen. Over het eind-deel van deze basis heeft Emiel met een fretloze gitaar een solo gespeeld. Voor mijn eerste presentatie bij Intro in Situ wilde ik hem vragen om over deze basis opnieuw te soleren aan de hand van een score van mij. Het resultaat zou zijn dat ik deze twee versies naast elkaar zou kunnen leggen en het verschil zou
kunnen horen.

Emiel voelde in de track een hele oude samenleving en moest denken aan de Qesem cave, waar mensen hebben geleefd tussen de 200.000 en 400.000 jaar geleden. Deze grot was ontdekt omdat er een weg werd gebouwd en een deel van de grot instortte. Ik wilde kijken hoe een soortgelijke score zou samengaan met een gecomponeerde basis. Deze tekening bevat minder scène-informatie dan de vorige, maar heeft nog steeds een sterk verhalende basis. Wederom zijn woorden van Smalley’s werk toegevoegd.


Emiel had voor de studio-opname besloten om de gitaarsolo pas later in de track in te zetten omdat hij dat het beste vond passen bij het geheel. Voor de presentatie bij Intro in Situ wilde ik echter dat hij de volledige lengte van de track zou vullen met nieuwe klank. Hij merkte op dat hij dacht dat het minder mooi zou zijn als er constant opvulling zou zijn. Ik noemde dat hij zelf kon kiezen hoe hij deze tijd in wilde vullen, het hoefde niet steeds een open
gitaar-klank te zijn, hij zou ook in de richting van een abstractere sfeeropvulling kunnen denken.

Hij begon met effecten te spelen op de gitaar die zich mengde met de kleine details in de track en trok later in het stuk de klank pas open. Ik vroeg hem naderhand of hij verschil merkte tussen zijn eigen opname en deze live-versie met sturing. Hij noemde dat de spanningsboog erg anders was geworden, met name omdat hij meteen was begonnen kwam hij al eerder uit op ‘the fall’ van het stuk. Deze lange opbouw zorgde voor meer spanning naar het eind; hij had al meer naar dit dramatische moment toe kunnen werken.

Zelf viel mij op dat deze versie een stuk minder gestileerd was dan de opname. Natuurlijk wordt bij een opname altijd meer aandacht geschonken aan de nuances en ‘schoonheid’, maar wat ik eigenlijk bedoel te zeggen is dat de solo nu echt een ander schoonheidsideaal kreeg. 


Het ging meer over het vertellen van het verhaal en het overdragen van de emotie dan over mooie noten spelen.

Met dit interessante resultaat wilde ik nog een vergelijking maken…

Experiment 3. Presentatie 2. Sjors van der Mark

Zou muzikale achtergrond en genre een grote impact hebben op resultaat?

Na het voorgaande experiment was ik erg benieuwd wat er zou gebeuren als ik een klassiek gitarist, die vrij weinig met improvisatie te maken krijgt, dezelfde tools biedt om iets te maken als Emiel had. Ook voor hem heb ik een tekening gemaakt. Deze tekening is minder duidelijk lineair dan de voorgaande tekeningen. Maar heeft we degelijk een chronologisch verhaal afgebeeld:


Ik was op een zonnige dag in een park en zag daar een moeder met haar jonge dochter voorbij skeeleren en vervolgens een net geklede vrouw met haar werktas langs huppelen met een basketbal om met haar dochtertje op het veld te basketballen. Ik begon over deze vrouwen na te denken. Ik moest denken aan mijn eigen moeder die alleenstaand een tweeling vol plezier opvoedde. Natuurlijk weet ik niet of de vrouwen in het park alleenstaand waren en aanschouwde ik bij de vrouwen maar een momentopname van hun leven, maar toch vond ik het een leuk en waardevol verhaal om te vertellen. Met mijn eigen moeder in gedachte heb ik het verhaal verder getrokken en ben ik eerder in de tijd begonnen; ik wilde hierin de struggles van een alleenstaande moeder meenemen in het geheel. Dit zou het mooie moment in het park extra belichten.

In de soundscape waar Sjors mee zou gaan spelen heb ik voornamelijk de noten ‘D-A-D’ gebruikt en in de score heb ik hem juist gevraagd deze noten zo min mogelijk te gebruiken. Dit zou Sjors dwingen om een ‘prettige’ harmonie te zoeken met noten die niet altijd feilloos samengaan - de noten die hem ontnomen werden zouden in combinatie met de soundscape auditief het gevoel van ‘thuis’ geven. De uitdaging werd om dit gevoel zonder ‘D-A-D’ toch te creëren. Dit heeft natuurlijk ook een symbolische waarde in de muziek.

Het concert gaf veel inzichten. Met name omdat ik verbindingen zag tussen de aanpak van beide gitaristen. Ook Sjors begon met abstracte effecten op zijn gitaar en ging hier gedurende het stuk steeds meer toon aan toevoegen. In grote lijnen was de manier waarop ze het stuk aanvlogen hetzelfde. Interessante vragen om vervolgens te stellen: Maakte de abstractie van de sturing dat ze een soortgelijke ‘strategie’ kozen of zijn er verhalende overeenkomsten die dit geluid opwekten.

Bij deze specifieke vraag denk ik dat beide opties toepassing zijn. Ik denk dat de instrumentkeuze ook veel invloed heeft op welke effecten je maakt. Daarbij geloof ik dat een verhalende structuur waarbij het abstract en klein begint, en vervolgens steeds meer open trekt, een logisch vervolg is.

Nu ik deze vergelijking heb gemaakt, lijkt het mij interessant om te kijken naar een totaal ander soort instrumentarium en een andere sturing en score.

Experiment 4. Presentatie 3. Siem Daiko

Voor deze presentatie koos ik om te werken met een percussionist. Deze percussionist is echter meer begaan met het werken met klankvelden die het beste gevoeld kunnen worden met je ogen dicht. Siem is iemand die al erg gewend is om zonder vaste score te werken, waardoor ik juist wil kijken wat er gebeurd met wat meer structuur.

Als score wilde ik opnieuw een tekening maken, deze keer alleen zonder sturende woorden en duidelijk verhaalverloop. Om sfeer aan te duiden wilde ik deze keer met kleur werken - dit zou naar mijn idee goed passen bij de klanken van zijn instrumenten en werkwijzen (zoeken naar klankkleur).