Recensie Hedendaagse Muziek in Limburg

Muziek van componisten als Lutoslawski, Stravinsky, Zimmermann en de impressionistische klanken die het blazersensemble Zuiderwind aan het slot van de (mid)dag liet horen, waren beslist interessant, maar allesbehalve actueel Limburgs. Wat niet wegneemt dat blazersensemble Raak bij de vlotte vertelling Losse handjes van en door Wiel Kusters met schrille klanken het duivels karakter van Stravinsky’s Symphomes of Wind Instruments onderstreepte. Bij de Rheinische Kirmestänze van Zimmermann die iets ademen van de kermissfeer van Stravinsky’s Petroesjka zal Kusters’ ‘in godsnaam amen’ blijven hangen. Van een totaal ander kaliber was de actuele Limburgse muziek die Ensemble 88 en Studium Chorale een uur later in een stampvolle DSM-zaal ten gehore brachten. In tegenstelling tot Jo van den Booten die voor zijn Impromptu voor instrumentaal sextet uit 2005 wel erg veel noten in dissonante samenklanken nodig had om zijn muzikaal zegje te doen, beperkte Marijn Simons zich in zijn nieuwe compositie Carbone Notata slechts tot wat hij muzikaal wilde zeggen bij een gedicht van Wiel Kusters. Waarschijnlijk gedachtig aan het gezegde van over de grens: In der Beschränkung zeigt sich der Meister.


intro_111106_recensiehedendaagsmuziekinlimburg
Henry Konsten, wiens Echo et Narcissus op tekst van Ovidius eveneens een premièrewerk betrof, blikt als componist blijkbaar met grote eerbied naar het verleden. In zijn muziek dacht ik althans Handel, Orff en Part te horen langsgaan. Ensemble 88 en Studium Chorale in kleine bezetting hadden daar geen problemen mee: geconcentreerd en met overtuiging werden beide premières neergezet Arno en Paulien Dieteren kwamen in de benedenfoyer eindelijk los.


Hun met muzikale middelen gevangen droom, een verkenning van de grensmogelijkheden van piano, klarinet en klanksporen, om zich los te kunnen maken van de bestaande wereld en zo de totale vrijheid te bereiken, resulteerde in een indrukwekkend klankspel, al domineerde vlak voor men ‘loskwam’ de decibellenterreur toch iets te nadrukkelijk.
En dan niet te vergeten de opening met het Matty Niël Consort. Het was wel even wennen, het ensemble nu zonder Peter Soeters achter de vleugel, oprichter en stimulator. Maar het moet gezegd worden: pianiste Tonie Ehlen, net als Peter Soeters oud-leerling van Matty Niël, was een bekwame plaatsvervangster. Het trio van Krenek en kwartet van Niël klonken in de nieuwe bezetting uiteraard anders, maar de attractieve speelwijze is gebleven. Ruim zes uur na de eerste tonen van dat Krenektrio ben ik naar huis gefietst met in mijn oren een mengeling van duivelse Stravinskyklanken, de vinnige Burlaritmes van de sonatine van Niël en de koortertsen van Simons’ opus 34.


Door: Peter P. Graven