Recensie Dada voor allen

FMSBWTŐZÄU en andere absurditeiten
In het kader van de concertserie ‘Concerten bij kunstlicht’, waarbij muziek en beeld gecombineerd worden, herleefden gisteren in de bovenzaal van het Maastrichtse Theater aan het Vrijthof oude tijden. Rond 1920 werden door dadaïsten spektakelbijeenkomsten georganiseerd waarbij muziek, klankgedichten en lichtbeelden op absurdisctische wijze met elkaar gecombineerd werden.

In Maastricht was het het Ives Ensemble dat met een verrukkelijk programma en met veel humor en muzikale energie op theatrale wijze een reproductie gaf van een dergelijk evenement. Waarbij aangetekend moet worden dat de meeste uitgevoerde muziek feitelijk dateert van ná de dada-hype (die slecht van 1916 tot ongeveer 1922 woedde).

Tijdens het beginstuk, de Nederlandse première van de MERZsonate voor tape van de in 1955 geboren Engelse componist Christopher Fox, waarbij loops van korte woordjes, geluiden en stukjes muziek in een jazzy ritme achter elkaar zijn gemonteerd, komen de musici één voor één het toneel op, om dat kort daarna weer te verlaten. Een violiste verschijnt met vioolkoffer en strijkijzer, twee mannen dragen grote kamerplanten, er worden muziekpartijen de lucht in gegooid, en er verschijnt een groot doek met vuurrode letters met de tekst ‘FMSBWTŐZÄU’ dat het ensemble tijdens de eerste door hen gespeelde compositie (Hindemiths eerste Kammermusik) geheel aan het gezicht onttrekt.

Wat volgt zijn voortreffelijke uitvoeringen van werken van Schulhoff, Antheil, Poulenc en Satie. In die wolkenpumpe van de in een concentratiekamp omgekomen Erwin Schulhoff, op teksten van dadaïst Hans Arp, en in Le bal masqué van Poulenc zong bariton Robbert Muuse op een zelfverzekerde wijze teksten als ‘eitel ist sein scheitel und sinn trägt berge und glanz darin am morgenroten am kanonenbooten’. Het Ives Ensemble liet absurdisme en humor de vrije loop door met papieren boodschappentassen over het hoofd rond te dwalen, getallen of letters op te lezen (waarbij de strijd tussen een b en een B van groot belang bleek), of collega’s op luid boegeroep te trakteren. Klapstuk was de uitvoering van Satie’s Cinéma, de eerste gesynchroniseerde filmscore bij de (tijdens de voorstelling ook getoonde) 22 minuten durende absurdistische film Entr’acte van René Clair uit 1924, waarbij we kunstenaars als Picabia, Duchamp, Man Ray, Milhaud, Auric en Satie voorbij zien komen.

Een fascinerende ervaring. © De Limburger 21-4-2008