Recensie Marinissen wekt ontroering op
Geluid tot muziek getransformeerd
Gehoord: Om mij mijzelf met mijn aan mezelf en mezelf en mijn eigen (Arnold Marinissen)
Door: Intro in situ
Waar: Theater aan het Vrijthof, Maastrich, zondag 13 december 2009
door Wim Hekking
Iedereen die enigszins serieus over muziek nadenkt komt op een bepaald moment voor de moeilijke, maar toch niet onbelangrijke en al eeuwenoude vraag te staan over de essentie van muziek. Hoe definieer je het begrip ‘muziek’? Wanneer gaat geluid (en stilte) over in muziek? Geluid is een trilling van luchtdeeltjes, en die trilling kan op allerlei manieren opgewekt worden. zoals slagwerker Arnold Marinissen, in samen werking met een aantal film- en videomakers, zondag bij Intro in situ in Maastricht let zien/horen. In Prepared forest slaat een man met een stok tegen een boom en rolt door bladeren in een bos; even later rent hij met een knal tegen een boom aan; en met takken kun je zwiepen of op verschillende materialen slaan. In Soloist van de Nederlandse componist Arnoud Noordegraaf zien we op film een personage in een decor dat gemodelleerd is naar het mysterieuze werk van De Chirico. Hij lijkt de geluiden die Marinissen live maakt op karton, hout en metaal, te horen, en gaat op zoek. Hij onderzoekt een paukenvel, vindt een gat, en verdwijnt er gedeeltelijk in; ook aan de achterkant van het decor vindt hij een mysterieuze geluidenwereld. Maar ook het fruitvliegje dat aan experimenten in een laboratorium wordt blootgesteld beweegt en produceert geluid, zo laat Yannis Kyriakides in Lab Fly Dreams horen; wie weet trouwens waar zo’n vliegje van droomt? Van vliegtuigen misschien? En hoogstwaarschijnlijk wordt in Frames & live van de broers Rob en Arnold Marinissen (Rob maakte de film, Arnold de muziek) voor het eerst het motorgeluid dat achtvoudig Nederlands kampioen motorbike trial produceert als ‘muziekinstrument’ gebruikt, in contrapunt met slagwerk, zang, basklarinet, luit en altviool. Al met al lijkt het op papier misschien allemaal een ratjetoe van flauwekul, maar het sterke van het programma met de titel Om mij mijzelf met mijn aan mezelf en mezelf en mij eigen (ontleend aan een compositie van Jan van de Putte) is dat de werken ontroering opwekken. De twee live-dansers die, in Tuned van Marinissen zelf, elkaar enigszins wanhopig lijken te helpen met over leven, terwijl een stomme Marinissen op de grond liggend met bekkens op de grond slaat en tenslotte enkele ontroerende treurige klanken uit zoiets als een misthoorn weet te blazen; de manier waarop de protagonisten, de een live, de ander op doek, in het werk van Norrdegraaf naar elkaar op zoek zijn; de eenzame danser die langzaam neervalt in Prepared forest of de droevig het publiek aankijkende pony in Larry Linch meets a pony; de combinatie van elektronica, film en live-slagwerk in het fascinerende hallucinatorische werk van Kyriakides; dat alles, de combinatie van beeld, dans en geluid, in deze voorstelling, wekken een onbestemde, melancholieke, licht verontrustende stemming in de luisteraar op. En misschien kunnen we in dat opwekken van emoties wel iets vinden met betrekking tot de beantwoording van de vraag wanneer geluid overgaat in muziek.




