Kinderen leren luisteren
Waf waf, broem, dingdong, kedeng
Kinderen moeten beter leren luisteren.
Nee, niet naar de juf of meester, maar naar de vele geluiden die ze dagelijks onbewust
opvangen. Bij gebrek aan auditieve educatieprogramma’s initieerde de Maastrichtse
klankenwerkplaats Intro in situ de workshop Geachte luisteraar. Bovenbouwklassen van
twintig Zuid-Limburgse basisscholen gingen de straat op om geluiden voor een hoorspel te
vangen. In het dagelijks leven is er te weinig aandacht voor wat we allemaal horen.’
Een groepje tweedeklassers wit luidruchtig babbelend de straat oversteken, een automobilist toetert boos; een fietsbel rinkelt, ergens valt een rugzak van een bagagedrager. Een oud vrouwtje roept haar teckel – “Tommy, hier blijven!” – en de vuilniswagen takelt met piepende armen een vuilcontainer omhoog. In de verse loeit de sirene van een brandweerauto. Een paar meeuwen vliegen kwetterend over straat, verheugd over een paar gemorste kruimels brood met pindakaas. Tenzij je doof bent, hoor je de bete dag geluiden om je heen. Vaak hoor je die onbewust. Geen kind kan eenmaal op school aangekomen precies vertellen wat hij op weg van huis naar school allemaal heeft gehoord. Hooguit herinnert hij zich nog die ene sirene van een brandweerauto, of de stem van zijn vader die in de deuropening ‘Fijne dag, jongens!’riep. In Zuid-Limburg maakte het project Geachte luisteraar in het schooljaar 2007-2008 korte metten met die onopmerkzaamheid. Basisschoolkinderen leerden daar eens goed te luisteren naar war ze allemaal om zich heen horen. En om met die geluiden aan de slag te gaan: alledaags straatrumoer goten ze in een fictief hoorspel, professioneel opgenomen in een echte geluidsstudio.
Auditieve omgeving
`Tijdens het project Geachte luisteraar leren leerlingen uit het basisonderwijs het auditief bewustzijn te ontwikkelen en te prikkelen door geluiden uit hun directe omgeving te registreren en te bewerken’, vermeldt de website van de stichting Intro in situ, een werkplaats voor klankkunst in Maastricht. Het zijn de woorden van Intro’s artistiek leider Johan Luijmes, die het initiatief nam tot het project. `In het dagelijks leven is er veel aandacht voor war we zien, maar veel minder voor wat we horen’, licht hij toe.’Terwijl juist ook onze auditieve omgeving heel bepalend kan zijn.’ Tijdens het project maakten kinderen van twintig Zuid-Limburgse basisscholen, in leeftijd variërend van tien tot twaalf jaar, kennis met nieuwe media en leerden ze hoe je, geïnspireerd door je eigen omgeving, een ‘kunstwerk’ maakt.
Scholen konden het project kosteloos programmeren in de groepen zes, zeven of acht. In vier lessen van twee uur, begeleid door twee speciaal aangetrokken educatief medewerkers van Intro in Situ, een technicus van de stichting en twee docenten of ouderbegeleiders, gingen de kids met hun eigen auditieve ervaringen aan de slag. De laatste les vond plaats in de studio van in situ, waar geluiden, beelden en hoorspel samen werden opgenomen. Het eindresultaat ontvingen de klassen vervolgens op cd.
Het educatietraject paste in de activiteiten van in situ, de werkplaats van het nieuwe muziekpodium Intro. Kunstenaars krijgen daar de gelegenheid vernieuwende projecten te ontwikkelen op het gebied van `klankkunst; te denken valt aan het ontwikkelen van klanklandschappen, performances, installaties en composities.
Dichtgeslagen
Hoe maak je kinderen alert op geluiden? Dat ze de hele dag geluiden horen, is geen nieuws voor ze. Maar hoe leer je ze die geluiden bewust te horen en te benoemen? ‘In de eerste les begonnen we met het afspelen van een geluiden-cd in de klas’, vertelt Luijmes. ‘We lieten kinderen klassikaal proberen allerlei geluiden te benoemen. Je kunt bijvoorbeeld het dichtslaan van een deur herkennen, maar hoor je ook van welk materiaal die deur is? En of de deur zacht wordt dichtgeduwd of hard wordt dichtgeslagen?’ Ook werd kinderen gevraagd gevoelens toe te kennen aan geluiden: zielig, vrolijk, griezelig, opgewekt…
Om de leerlingen bekend te maken met het hoorspel – een kunstvorm waarmee de meeste kinderen vandaag de dag niet bekend zijn – kregen ze fragmenten van het hoorspel Alleen op de Wereld te horen, met als taak te benoemen welke geluiden daarin zoal zaten verwerkt. Vervolgens luisterden ze naar een verhaal uit de serie Meester Jaap van Jacques Vriens, dat ze zelf in een hoorspel zouden gaan gieten. De klassen werden uitgedaagd te bedenken welke geluiden ze bij het verhaal zouden kunnen maken om het te verlevendigen: dierengeluiden, geluiden in en rond het huis, bouwgeluiden of verkeer. Om geen ongeordende verzameling van geluiden te krijgen, werd afgesproken welke groep welke geluiden zou gaan opnemen.
In de tweede en derde les gingen groepjes kinderen onder begeleiding de straat op om in de omgeving van de school geluidsopnamen te maken. Daarvoor kregen ze een gemakkelijk te bedienen opnameapparaat mee: de H2 Handy Recorder. Ook maakten ze bij elk geluid digitale foto’s die de geluiden konden versterken. `De foto’s moesten geen dubbele boodschap, geven, maar iets toevoegen aan de geluiden. Het geluid van een blaffende hond tegenover bijvoorbeeld een foto van zijn baas met een hondenriem in zijn hand. Twee vertellen meer dan een’, vertelt Luijmes. Intussen ging de rest van de klas aan de slag met geluidenproefjes en een spelletje geluidenmemory.
De laatste les was voor veel kinderen de spannendste. In de studio van Intro in situ, gelegen in het centrum van Maastricht, kwamen ze bij elkaar om het hoorspel op te nemen. Na een ‘droge’ oefening en een proefopname kwam de daadwerkelijke opname van het hoorspel tot stand. En er werd een filmpje gemaakt van de geschoten beelden in combinatie met de geluiden. De inspanningen van de klas werden vastgelegd op cd. Geachte luisteraar leidde bijna unaniem tot enthousiaste reacties. De leerlingen werkten met veel plezier aan het project, waaraan leraren een goede educatieve waarde toekenden: het nuttige werd als vanzelf met het aangename verenigd. Ook over de begeleiding van in situ waren de scholen zeer te spreken. Op die enkele school na die vond dat de leerlingen te weinig actie hoefden te ondernemen en te veel moesten luisteren. Een puntje van kritiek met een onbedoeld ironische noot, voor een project dat erom draait kinderen bewust te maken van wat ze allemaal horen.
LONNEKE KOK
Projectcoördinatie: Biena van de Weerdt
Medewerkers educatie: Zorynda Janssen en Timo Ekhart.




